Lampenvoet Delfts Blauw Origineel Porceleyne Fles Royal Delft Pul Vaas Handbeschilderd ca. 1950 Klassiek Chique Luxe Verlichting Lauren S

Delfts blauw: tussen wereldeconomie en hedendaags interieur

De wereldberoemde productie van Delfts aardewerk kwam op gang in het begin van de zeventiende eeuw, als antwoord op de import van fijn porselein uit China. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), opgericht in 1602, verscheepte dit porselein op grote schaal naar Nederland. Door de hoge vraag en de groeiende kosten ontwikkelde zich een binnenlandse industrie die het uiterlijk van Chinees porselein wist te benaderen met goedkopere technieken.

De Delftse aardewerkproducenten beschikten niet over porseleinaarde (kaolien), maar wisten met lokale grondstoffen en technische innovaties een eigen variant te creëren: tinglazuur-aardewerk. Dit werd over een kleibasis aangebracht, in eerste instantie in blauw, later ook in polychrome beschilderingen. Door het toevoegen van mergel aan de klei ontstond een samenstelling die fijner bewerkt kon worden. Belangrijk was ook de manier van bakken in zogeheten ovenskokers of cassettes, een methode die rond 1550 al werd beschreven door de Italiaanse keramist Cipriano Piccolpasso. Hiermee werd het bakproces stabieler en kon men gelijkmatige resultaten behalen.

Het kunstzinnige klimaat van Delft

Het kunstzinnige klimaat van de Gouden Eeuw speelde een directe rol in de esthetiek van het Delftse aardewerk. Kunstschilders uit de Delftse School, zoals Johannes Vermeer, Pieter de Hooch en Carel Fabritius, beïnvloedden de beeldtaal die gebruikt werd op aardewerk. Niet alleen schilderijen, maar ook tekeningen en ontwerpen van kunstenaars als Anthonie Palamedesz en Leonaert Bramer vonden hun weg naar de plateelbakkerijen. Voor veel plateelbakkers gold een langdurige leerweg, vaak van zes jaar, inclusief een meesterproef voordat men zich zelfstandig mocht inschrijven bij het kunstenaarsgilde.

In woonhuizen van bakkers zoals Wouter van Eenhoorn bevond zich werk van bekende schilders. Soms waren de schilderijen ook direct bedoeld als decoratievoorbeelden op keramiek. Deze kruisbestuiving tussen beeldende kunst en ambacht maakt het Delftse aardewerk uniek binnen de Europese context.

Porselein of aardewerk

Hoewel men tegenwoordig weet dat Delfts blauw technisch gezien geen porselein is, werd het in de zeventiende eeuw wel zo gepositioneerd. De namen van bedrijven als De Porceleyne Bijl, De Porceleyne Fles, Het Geckroond Porceleyen en De Porceleyne Schotel onderstrepen dat beeld. Delfts aardewerk was dan ook bedoeld om de dure importen uit Azië te vervangen. Stadschroniqueur Dirck van Bleyswijck beschreef in 1667 al de levendige export van Delfts ‘porselein’ naar plaatsen als Suriname en Curaçao. Tegelijkertijd bleek uit verslagen van Italiaanse bezoekers zoals Cosimo III de’ Medici dat het onderscheid tussen oosters porselein en het inheemse Hollands aardewerk voor buitenlandse bezoekers niet altijd even duidelijk was.

In Delft, waar een van de zes VOC-vestigingen zat, lagen de pakhuizen vol met Chinees en Japans porselein. De invloeden van Wanli- en Kraakporselein zijn dan ook terug te zien in de decoratie van Delfts aardewerk. Wat begon als imitatie, groeide uit tot een zelfstandig genre met een eigen beeldtaal en techniek.

Lampenvoeten Delfts Blauw Wit porselein, set van 2 klassieke stijl voor Slaapkamer of Woonkamer Jugenstil klassiek Interieur | Lauren S LampEen geoliede productie

Achter de schermen verliep de productie van Delfts aardewerk als een uurwerk. Contracten tussen fabrieken en winkeliers legden afspraken over prijzen en leveringen minutieus vast. De organisatie binnen de werkplaatsen kende een vaste structuur: van draaiers en vormers tot beschilderaars. Na de eerste bakgang bij ongeveer 1000 °C werd het zogeheten biscuit aardewerk in een tinglazuur gedompeld. Daarna volgde de decoratie in kobalt (voor blauw) of meerdere kleuren, met als afsluiting een tweede bakgang rond 950 °C.

Dit precisiewerk leidde tot producten die in de achttiende eeuw op grote schaal werden geëxporteerd. Jaarlijks verlieten miljoenen stukken Delftse aardewerk de stad, van eenvoudig tafelgoed tot rijk versierde bloemenvaasmodellen. Sommige bakkerijen hadden drie ovens in gebruik en produceerden in hoge volumes.

Europese concurrentie en technische innovatie

Met de opkomst van Meissener porselein rond 1709 werd de Europese markt opnieuw opgeschud. Dit porselein was technisch geavanceerder en duurzamer dan het Delftse aardewerk. Toch reageerden de Delftse fabrieken vindingrijk. In de achttiende eeuw werd goudschildering geïntroduceerd, een specialisme dat onder andere werd uitgeoefend door de familie Regeer. Deze vorm van decoratie gaf de producten een luxueuze uitstraling, waarmee men kon concurreren met buitenlandse aanbieders.

Ook het kleurenpalet breidde zich uit. Een bekend voorbeeld is het Imari-stijl servies dat werd besteld door Frederik III van Brandenburg ter gelegenheid van een koninklijk huwelijk in 1701. De kleurencombinatie van rood, goud, blauw en zwart werd zorgvuldig nagebootst en toegepast op schalen en siervoorwerpen. Zelfs in Berlijn werden Delftse faienceproducten hoog aangeschreven.

Verval en verschuiving

Vanaf het midden van de achttiende eeuw begon het aantal faiencebakkerijen te dalen. De kwaliteit nam af, de decoratie verbleekte en de markt raakte verzadigd. Plateelbakker en publicist Gerrit Paape uitte in 1794 in zijn werk De Plateelbakker zijn zorgen over de teloorgang van het ambacht. Hij stelde vast dat de schilderingen kleurloos waren geworden en de afwerking slordig. Tegelijkertijd herinnerde hij zijn lezers aan de kracht van het product in vroegere tijden.

In contrast daarmee stonden de lovende woorden van Reinoud Cramer, die enkele decennia eerder nog schreef over de trots en het wereldwijde bereik van Delfts porselein. Volgens hem bracht het werk van de Delftse faience-industrie dagelijks gebruiksgoed en sierobjecten voort, met wereldwijde verspreiding en economische impact.

Delftsblauw lampenvoet Blauw Wit handgemaakt Tafellamp van keramiek, Design voor woonkamer, keuken of slaapkamer woondecoratie | Lauren SEen levende traditie in het hedendaags interieur

Hoewel de grote productie van Delfts aardewerk tot het verleden behoort, is de invloed nog altijd zichtbaar. In hedendaagse interieurs worden elementen van Delfts blauw op een vernieuwende manier toegepast. Klassieke patronen vinden hun weg naar moderne objecten zoals lampen, wanddecoratie en andere vormen van verlichting. Hierbij wordt het traditionele kleurgebruik gecombineerd met strakke vormen, zijde lampenkappen of keramische armaturen. De toepassing van deze historische beeldtaal in moderne materialen versterkt het contrast en de verbinding tussen ambacht en ontwerp.

Het hergebruik van motieven uit Delfts blauw in combinatie met lichte textielsoorten zoals zijde zorgt voor een verfijnde spanning in vormgeving, ingetogen en expressief tegelijk. Zo blijft het vakmanschap van de Delftse plateelbakkers voortleven, niet als stilstaand erfgoed, maar als bron van inspiratie voor het interieur van nu.


Bronvermelding
Marion S. van Aken-Fehmers, Titus M. Eliëns, Suzanne M.R. Lambooy, Het wonder van Delfts blauw. Gemeentemuseum Den Haag / Waanders Uitgevers Zwolle.
Fotografie: Erik & Petra Hesmerg.

Winkelwagen